dinsdag 11 december 2012

Castagnaccio

Hoewel het met de kou en sneeuw van afgelopen week in Nederland ineens winter lijkt te zijn geworden, zit ik stiekem af en toe nog met m'n hoofd in herfstig Florence. In de buurt van de Duomo vind je in de herfst op elke hoek van de straat wel een 'mannetje', met zo'n klein karretje, dat geroosterde kastanjes verkoopt. Die zoetige, warme geur is voor mij typisch herfst en typisch Florence. Met deze heerlijke geur als inspiratie maakte ik laatst een Toscaanse kastanjetaart en waande me weer even helemaal terug in Florence!

Castagnaccio

Kuilvoer?!
Nu gebruik je voor deze Castagnaccio alleen niet die lekkere warme kastanjes, maar kastanjemeel en ik moet zeggen dat ruikt toch wel even... anders. Als basis nam ik het recept van Niki Segnit uit De smaakbijbel en zij schrijft: "Kastanjemeel heeft een merkwaardige geur die het midden houdt tussen die van cacao en kuilvoer, en dat geeft een uitgesproken rustieke smaak. Ik bedoel: echt heel rustiek." Ik kan haar alleen maar gelijk geven; als ik m'n ogen dicht doe en eraan ruik, ben ik weer even dat kleine meisje in de stal op bezoek bij haar oudoom en -tante op de boerderij.
   Maar, laat je hierdoor niet tegenhouden, want kastanjemeel geeft baksels een fijne zoetige, nootachtige en warme smaak. Behalve voor deze kastanjetaart kun je het gebruiken voor bijzondere pannenkoekjes, scones, brood en pasta. Het voordeel van dit zoetige meel is dat je minder suiker nodig hebt. In deze kastanjetaart gaat zelfs helemaal geen suiker − niet verkeerd zo voor de feestdagen ;-)

Dit heb je nodig:

50 gram rozijnen
250 gram kastanjemeel
snufje zout
350-400 ml koud water
rasp van 1 (bio)sinaasappel
extra vergine olijfolie
25 gram walnoten, grof gehakt
50 gram pijnboompitten
1 takje verse rozemarijn

Zo maak je de Castagnaccio:

1. Week de rozijnen een klein half uurtje in lauw water, laat ze uitlekken en dep ze goed droog.
2. Verwarm ondertussen de oven voor op 190 °C.
3. Zeef het kastanjemeel boven een grote kom en meng er een snufje zout door. Giet er, al roerend met een garde, geleidelijk het water bij en maak er een glad beslag zonder klontjes van. Kijk even hoeveel water je nodig hebt; je wilt een vloeibare crème. Rasp de schil van een ½ sinaasappel (de rest gebruik je later) fijn boven de kom en roer goed door.
4. Vet een lage ronde bakvorm royaal in met olijfolie en giet het beslag erin. Verdeel de walnoten, pijnboompitjes, rozijnen en blaadjes rozemarijn erover. Besprenkel royaal met olijfolie.
5. Bak de kastanjetaart in 30-45 minuten gaar tot de bovenkant donkerbruin is en vol barsten zit als droge woestijngrond.
6. Garneer de Castagnaccio met sinaasappelrasp en serveer 'm, lauwwarm of koud, met een lekkere dot ricotta.

Drink er een lekker glaasje vin santo of vino novello (Italiaanse tegenhanger van de Beaujolais Primeur) bij!

Bron: gebaseerd op een recept van Niki Segnit uit De smaakbijbel (met eigen toevoegingen)

Tips & tricks:

• Kastanjemeel kun je kopen bij de biologische winkel, Italiaanse delicatessenwinkel en soms ook bij de Turkse of Marokkaanse supermarkt.
• Castagnaccio hoort vrij plat te zijn, dus gebruik een lage ronde bakvorm van 23-25 cm Ø, zodat je kastanjetaart zo'n 1 cm hoog wordt.
• Je kunt zelf een beetje spelen met het recept: zo kun je bijvoorbeeld meer rozijnen (ik gebruikte een mix van gewone en blanke rozijnen) toevoegen voor een iets zoetere kastanjetaart, of de rozijnen vervangen door andere stukjes gedroogd fruit, andere noten gebruiken als je geen walnoten in huis hebt, de sinaasappelrasp vervangen door citroenrasp, etc. Houd voor het beslag verder gewoon het recept aan.
Feeling fancy? Week de rozijnen dan in Grand Marnier of Cointreau.
• Deze Castagnaccio is misschien wel even wennen, omdat er helemaal geen suiker in zit. Wil je 't toch zoeter? Meng dan wat poedersuiker en sinaasappelrasp en -sap door de ricotta.

Eat to the beat:
You've Got the Love van Florence + the Machine

0 reacties:

Een reactie plaatsen